Hieronder zo’n 1200 foto’s van Harreveldse kermissen, gemaakt in de jaren 1950/1965.
In dit deel, deel 1: foto’s van de jaarlijkse voetbalwedstrijd Harreveld – Zieuwent, welke altijd voorafging aan de kermis. Verder enkele foto’s van het ringsteken (dat is écht heel lang geleden) en veel foto’s van de schutterij met vogelschieten, vaandelzwaaien en prijsuitreikingen.
In deel 2 t/m 7: de foto’s gemaakt door de kermis fotograaf. Deze zijn nooit opgehaald bij ‘de Köster’ maar gelukkig bij ons, de Oudheidkundig Vereniging terecht gekomen en we willen ze graag met u delen.
1084 Henk Wolters, Fons ten Have
Bij veel foto’s hebben we namen, bij veel ook niet. Mocht u ons aan de ontbrekende namen kunnen helpen dan horen wij dat graag. Wilt u in het bezit komen van één of meerdere foto’s (digitaal) dan kan dat ook. Op het contactformulier op deze site kunt u uw verzoek kenbaar maken. Vermeld daarbij duidelijk het nummer van de foto waar het om gaat.
Deel 1
Voetbalwedstrijd.
Onderstaande foto’s zijn gemaakt op 2e pinksterdag 1952
1186 Achter de tafel, Herman Doppen (kapper)
1187 Harmonie Zieuwent – Harreveld
1188 Voetballers Zieuwent – Harreveld
1189 Links voor Joop Gierkink
1190 Op het voetbalveld achter café Wieggers
1191 Rechts pastoor Oosterman. Op de achtergrond huis van familie Lankveld.
1192 Aftrap door pastoor Oosterman
1193 Man met sigaret is Joop Wieggers, eigenaar van het veld.
1194
1195
1196
1198
1199
1200 Staand 3e van links, Bennie ten Have, 4e van links Henk Krabbenborg
1201 Links naast de agenten, Riek ‘Hammen’ met verloofde Hendrik Hulshof (Meisterbeand). Rechts naast de agenten Henk Wolters, Bennie Waenink.
603 Feestcommissie: Willem Kolkman, George van Esveld, Joop Krabben (Reinas Hendrik), Bernard Krabben (Reinas Hendrik), Joop Krabben (Reinas Tone), Lambert Blaauw, Jan Wieggers (timmerman)
398 Boven v.l.v.r. Marie Wolters, mw. Wieggers, dhr. Kieskamp, Bernard Krabben, mw. Nijs, dhr. Nijs, mw. Kamphuis, mw. Wieggers-Poot, Antoon Wieggers, Jan Domhof, Drieka ten Have. Onder v.l.n.r. café eigenaar Hogenkamp, Joop Wolters, mw. Esveld, George Esveld, Marietje Krabben, Diny Blaauw, mw. Kieskamp, dhr. Kamphuis, Lambert Blaauw, Toon ten Have, mw. Domhof, Jan Wieggers.
1115 Salonwagen kermis exposanten
605 Staand links achter Willem Krabben. Zittend v.l.n.r. Bernard ten Have, mw. Papen, dhr. Papen, kelner, mw…, dhr. Karnebeek, Mina Karnebeek.
Begin 1900 was Jan Doppen
van de Wolterij boer en naast het boeren ging hij op zaterdag met zijn fiets
naar de klanten om hen te scheren. Zo ontstond de eerste van een
generatie Doppens die kapper waren.
In de oorlog in 1943 startten Herman en Marie Doppen bij de familie Kolkman (Kerstraat 23) een kapsalon. In die tijd was het een gewoonte elkaar aan onderdak te helpen.
Herman aan het knippen
Door de geboorte van Martien en Boudewijn werd de ruimte al gauw te klein bij de familie Kolkman en werd er nieuwbouw gepleegd aan de overkant op Kerkstraat 18.
Kerkstraat 18
Naast de kapsalon, het winkeltje
en het knippen op het internaat werden er ook nog 12 kinderen geboren.
Iedereen was altijd van harte
welkom, ook op zondag. Na de Heilige mis was er de mogelijkheid om een pakje
shag of sigaren te halen en dan werd er een kopje koffie aangeboden. Wij als kinderen
vonden dit niet altijd even leuk, want de zondagmorgen was de enige morgen dat
wij als gezin bij elkaar waren. Maar daar mochten wij als kinderen niks van
zeggen! Na de koffie werd er ook nog een borrel geschonken. Je kunt je voorstellen
dat het iedere zondag raak was.
De familie Doppen was een goed
katholiek gezin. Het begon al op zaterdag, dan moest er buiten geharkt worden.
Natuurlijk mooi recht en strak en van voren naar achteren. Voor de kerkgangers
die zondags langs kwamen, moest het er netjes uit zien. Wat zouden ze er anders
er wel niet van denken?
Met hun kinderen
Volgens Herman was onze officiële naam Döppen en niet Doppen en we zouden uit Duitsland komen. Vader zei wel eens: “ De Duitsers hebben de puntjes eraf geschoten! “ Volgens de stamboom heeft een ambtenaar toendertijd de naam verkeerd geschreven en komen we van oorsprong uit Zieuwent.
Er zijn genoeg anekdotes over
Herman en Marie van de kapper, Scheerbaas of Döppen te vertellen.
Herman had een bijzondere gave. Hij kon aan een vrouw zien of ze in verwachting was, terwijl ze het zelf nog niet eens wist! En wanneer iemand rijexamen moest afleggen, vroeg hij: “ Wanneer, hoe laat?” Als het dan zover was, ging hij naar de slaapkamer en werd er een kaarsje ontstoken. En of iedereen is geslaagd?
Dokter de Nooijer kwam ook regelmatig huisbezoeken afleggen in Harreveld op zijn zware BSA motor met de ‘pofbokse’ aan en zeker bij Marie werd vaak de bloeddruk opgenomen. Even bijpraten met koffie en een borrel en daarna pakte hij een sigaar van goede kwaliteit. De dokter wist wel waar ze lagen. Maar het ergste was, dokter de Nooijer haalde een scheermes uit de lade en sneed een v vorm in de sigaar. Moeder Marie had niet de kracht om te zeggen dat Herman dit niet goed vond. De volgende dag bij de eerste scheerklant merkte Herman het al en zei tegen moeders: “Is de Nooijer gisteravond weer geweest!”
Wanneer je als klant in de
kapsalon kwam moest je veel geduld hebben.
Halverwege de knipbeurt, zo rond rond12 uur zei hij: “Ik moet even weg.”
Na 20 minuten kwam hij terug en had hij in de tussentijd de kranten uit
gedeeld bij de school en weer terug in de kapsalon maakte hij de knipbeurt
af.
Harreveld kende vroeger veel kruidenierzaakjes en ze waren ook allemaal klant bij de scheerbaas. Wij moesten iedere week naar een andere kruidenier voor de boodschappen want dat hield moeder Marie precies bij. Iedereen kwam aan de beurt: bakker Niënhuis, Toebes bakker, Ten Have, Winters enz.
Herman was een voetbal liefhebber. Ondanks de drukte op zaterdagmorgen deed hij stevig mee aan de discussies. Met de sigaar in de mond en de bezem onder zijn arm… Je moest als klant heel veel geduld hebben. Hij was ook begaan met de voetballende jeugd van Harreveld. Als die in de kapsalon kwamen en Herman hoorde tegen wie ze moesten voetballen zei hij: “Als jullie winnen, krijgen jullie allemaal wat lekkers.” Later stond het hele elftal in de kapsalon!
Naast het grote gezin en het werk
in de kapsalon bleven er nog veel werkzaamheden over. Zo werd er op vrijdag
naar zaterdag in de nacht tijd besteed aan het sokken stoppen en de
administratie bijwerken om zo een beetje op schema te blijven.
Moeder Marie bestierde de dameskapsalon en tijdens het permanenten zette ze de klant aan het aardappelen schillen en boontjes doppen. De klanten vonden het heel gezellig en ondertussen kon er weer bij gekletst worden.
Dit was een kleine inzage in onze
vroegere jaren. Als kinderen Doppen bewaren aan deze tijd hele mooie
herinneringen.
Fam. Doppen – Scheerbaas
Herman en Marie Doppen-Gierkink
“Ik moet even weg.”
Onderstaande foto en tekst is overgenomen uit het boekje ’75 jaar Canisiusschool’.
Vanaf 1963
stond hij elke schooldag stipt om 12.00 uur gereed bij de schoolpoort. Kapper
Doppen zorgde voor het rondbrengen van het dagblad ‘de Gelderlander’ in en rond
Harreveld. Op schooldagen maakte hij het zich makkelijk door de krant aan de
kinderen van de abonnees mee te geven.
Hij kende
alle kinderen persoonlijk en vergissingen kwamen niet voor, (“ow breur hef ‘m
al met enomme”). Vergat onverhoopt iemand langs de kapper te lopen, dan ontging
hem dat niet (“hé Slat, kom ’s trugge, e’j hebt de krante nog neet!”).
Toen hij op
29 juni 1979 voor de laatste maal aan het hek verscheen, hadden enkele
leerlingen van groep 8 spontaan een summiere versiering op het hek aangebracht
en het opschrift: “De Gelderlander, een uitgelezen krant”.
Herman Doppen is in juni 1986 overleden.
.
Scheerbaas
Opgetekend door Henk Kroes, voormalig groepsleider op het internaat.
Kapper Doppen was ook de kapper van het internaat. Hij hanteerde zijn eigen rooster en zo liep iedere pupil er netjes gekapt bij. Hij had een eigen salonnetje met een kappersstoel, spiegel, asbak en een stoel voor de volgende.
Via de spiegel straalde hij gezag uit. Hij haalde zijn ‘klant op’ door met de schaar op de ruit van de zaaldeur te tikken en wees dan de knaap aan die aan de beurt was. Hij hield rekening met de wensen van de klanten. Grote monden accepteerde hij maar nieuwelingen werden al van tevoren gewaarschuwd; “Kijk uit want die kapper grijpt je zo bij de kuif en dan…” Ook de broeders waren zijn klanten, die kwamen óf bij hem in de zaak óf in het kapperskamertje volgens rooster.
Er was een broeder die kalende was. Van zijn zakgeld bestelde hij per post een pruik, hij stuurde wat maten op volgens de invullijsten en wat bakkebaardharen voor de juiste kleur. De pruik van kunsthaar werd zijn kapsel. Als stevige roker ging eerwaarde naar de kapper in het dorp voor het kopen van rookartikelen. “Mien God, kjel wat ziej deruut.” “U bedoelt de pruik? Ja per post van mijn eigen zakgeld!!!” “Hoe durf ie zo bie oe kapper te komn?” De scheerbaas doet de deur open van zijn salon, wijst naar de scheerstoel, doet de pruik van het hoofd en zegt: “Die pruik is un prul en ie hebt um ok nog verkeerd op de kop stoan”. De eerwaarde had namelijk de bakkebaarden van de pruik als kuif op zijn hoofd geplaatst.
Familie foto genomen op 09-07 1935 ter gelegenheid van het huwelijk van Anna Doppen met Johannes te Boome.
Boven van links naar rechts; … te Boome (broer van de bruidegom), Herman Doppen, Fiene Doppen, Bernardus Doppen, Jan Doppen. Onder van links naar rechts; moeder van de bruidegom, vader van de bruidegom, bruidegom Johannes te Boome, bruid Anna Doppen, vader van de bruid Jan Doppen en moeder van de bruid … Doppen Ebbers (Willem Doppen staat niet op de foto)
Mijn naam is Fons Krabben voor de ouderen in het dorp ook wel Reinas Fons. Ik ben op het Reinas geboren op 16 januari 1940 als jongste van 11 kinderen. Mijn vader Hendrik is getrouwd met Dina Waenink Plaaten. Hun kinderen voor mij geboren zijn Riek, Bernhard, Willem, Jan, Marie, Annie, Willemien, Antoon, Joop en Thea.
Het huidige Erve Reinas is genoemd naar de voormalige boerderij Reinas adres F12. Midden jaren 1950 werd het adres de Bothweg 11, genoemd naar dhr en mvr de Both. Zij waren vroeger jaren woonachtig op de Havezate Harreveld.
De boerderij Reinas gebouwd in 1781 grensde aan de Havezate, een gracht gaf de scheiding aan. Ik wil toch even vermelden dat een kadaster kaart uit 1863 in mijn bezit, aangeeft dat daarop staat de naam Rienders, waarschijnlijk is door de jaren heen de naam veranderd in Reinas.
Huize Reinas
Het Reinas, een boerderij met schuur of ook wel een schoppe genoemd, is gekocht door mijn vader Hendrik geboren 8 augustus 1891 overleden april 1969. In 1906 is hij samen met zijn ouders en gezin verhuisd van Lichtenvoorde naar Harreveld, hij was toen 15 jaar. Zijn vader Bernhard ging op het Reinas als pachter boeren. Als oudste zoon was het bijna vanzelfsprekend dat hij de boerderij over zou nemen. In 1920 heeft hij de boerderij Reinas gekocht, een boerderij met 10 hectare grond. Inmiddels had hij al enige jaren verkering met Plaaten Dina Waenink geboren30 januari 1896 overleden augustus 1984. In 1922 volgde een huwelijk.
Hendrik Krabben en Dina Weanink verloving 1920-25
Ondanks dat zij gelukkig
waren getrouwd volgden er financieel moeilijke jaren, zij vertelden daar jaren
later wel eens over. Na de koop van de boerderij volgden eerst de crisis jaren,
er werd op de boerderij weinig verdiend. In de oorlog daarna werd er jaren ook niets
of weinig verdiend. In die zelfde periode werden er 11 kinderen geboren tel uit
je winst (natuurlijk niet) het ware hele moeilijke jaren. Het grote gezin moest
gekleed en gevoed worden en de bank vroeg zijn rente en aflossing.
Even terug naar de oorlogs
jaren. Natuurlijk weet ik er niet zoveel van maar wel van horen zeggen. Aan het
laatste jaar van de oorlog, ik was toen 5 jaar, heb ik wel herinneringen. Aan
het einde van de oorlog waren de Duitsers aan het terug trekken, rondom de
boerderij hadden we regelmatig inkwartiering. Om de boerderij stonden veel
loofbomen dat gaf hun tanks en andere voertuigen beschutting voor de Engelse vliegtuigen. Als
kind van 5 jaar liep ik daar tussen niet echt wetend wat er gaande was. De
Duitse soldaten waren vriendelijk naar ons en soms kregen wij van hun ‘kwatta‘ of
‘beschwies’.
Een ander beleving was dat
mijn oudste broer Bernhard, hij was 20 jaar, zich moest melden om te werken in
Duitsland. Dat heeft hij nooit gedaan hij was ondergedoken bij een gezin in
Zieuwent. Als jongste broer miste je hem, niet wetende wat er gaande was. Vader
had iedereen ingeprent; “als ze vragen
naar Bernhard moet je zeggen dat hij naar Duitsland is”.
Willem was jonger hij moest
regelmatig naar Zevenaar om te graven voor de Todd, de sport was om zo weinig
mogelijk te doen want eigenlijk werkte je voor de vijand.
Jan toen 16 jaar kwam te
werken op de boerderij van het internaat, zijn baas was Broeder Gradus. Hij
kwam regelmatig mijn vader opzoeken om over koetjes en kalfjes te praten en
tussendoor liet hij weten zeer tevreden te zijn over Jan. Omdat Jan daar werkte
waren wij als jongere broers kind aan huis op het internaat en hun boerderij.
Gevolg was dat de tuinbroeder aan mijn broers Antoon en Joop vroeg of zij
wilden helpen met plukken van aardbeien. In die tijd waren de internaat jongens
thuis omdat het internaat een nood hospitaal was. De Broeder was blij met de
hulp van mijn broers. Op een morgen ben ik over de brug gegaan en mij vervoegd
bij mijn broers die de aardbeien keurig in mandjes deponeerden. De eerste die
ik plukte ging richting mijn mond en ik weet nog verdomde goed hoe lekker het
smaakte. Bij ons thuis hadden we wel een groente tuin wat hof werd genoemd.
Daar stond van alles in maar geen aardbeien. Terug naar de aardbeien bij de broeder,
alles wat ik plukte ging richting mijn mond. De broeder had waarschijnlijk
alles goed waargenomen en hield het netjes, maar liet mijn broers weten: “ laat
die kleine maar thuis als jullie vanmiddag terug komen”.
Geleidelijk aan naderde het
einde van de oorlog, de band met de broeders bleef bestaan, regelmatig kwamen
ze op de koffie, zo ook broeder Felix de kleermaker. Deze liet nog wel eens een
lap stof achter, hij wist dat dat grootte gezin het goed gebruiken kon. Daar
stond wel iets tegen over, zeg maar een ongeschreven regel. Zondags tijdens het
ontbijt na de Hoogmis was het vaste prik dat broeder Felix binnen kwam. De pan
met ‘spekhassen’ stond dan op tafel, nog extra lekker omdat er zondags
roomboter bij gedaan werd. Mijn ouders vonden het goed dat hij een ‘spekhasse’
pakte. Wat mijn als kind opviel was dat hij altijd de grootste nam, maar dat is
hem vergeven.
Enkele jaren na de oorlog in 1948
kwam er stroom richting de Achterbos, dat was een enorme vooruitgang. Daarvoor
moesten wij het doen met een petroleumlamp, één in de keuken, één in de kamer
en een stormlamp op de deel maar die was alleen aan als daar werkzaamheden
werden verricht. Nadat de meter was geplaatst en wij officieel waren
aangesloten ontstond er voor ons een nieuwe wereld. Een knop omdraaien en er
brandde licht en er werd een radio gekocht niet te geloven allemaal.
De jaren 50 volgden, ik
hoorde mijn ouders wel eens zeggen, “nu eindelijk wordt er geld gemaakt”. M.a.w.
er word na zoveel jaren eindelijk eens geld verdiend. Daar volgde op dat in
overleg met de plaatselijke bank het misschien mogelijk was een nieuw woonhuis
te gaan bouwen. Het oude woonhuis werd onbewoonbaar verklaard. Het bracht f 1000-
startgeld op voor de nieuwe woning. In
1955 werd begonnen met de bouw van de nieuwe woning, in juni 1956 zij wij er
ingetrokken. Wat een luxe, een gebeurtenis om nooit meer te vergeten.
Riek en Willem hebben deze gebeurtenis niet mee gemaakt zij waren inmiddels getrouwd. Riek trouwde in 1950 met Hendrik Wolters, Köster en zij kwamen te wonen aan de Ursulastraat waar Hendrik hun woonhuis had gebouwd. Willem trouwde in 1951 met Marie ten Have Ooiman en kwam te wonen aan de Kerkstraat bij Ooimans Jan en zette daar samen met Marie de boerderij voort. Willem was naast mijn vader de boer op Reinas. Na zijn vertrek nam Joop, toen 16 jaar, zijn plaats over. Willem ondersteunde hem de eerste jaren door veel samen te werken.
De een na de ander trouwden en verlieten het Reinas. Joop trouwde in 1963 met Bets Hilderink en zij zetten samen de boerderij voort. Jaren later kon Joop inspecteur worden bij het NRS, het Nederlands Rundvee Stamboek. Hij was zeer gezien in die kringen vanwege zijn grote kennis op vee fok gebied. Het had tot gevolg dat de boerderij geleidelijk aan werd verkocht. Een groot deel werd gekocht door zijn broer Willem die inmiddels een maatschap had met zijn zoon Theo. Het toeval wil dat Theo jaren later de boerderij van Severt kocht waarna de gronden aansloten.
Joop stierf in oktober 2000 op 64 jarige leeftijd. Zijn vrouw Bets ging een jaar later verhuizen. Het woonhuis met erf werd gekocht door de familie Hulshof, en daarmee kwam een einde aan het wonen van de familie Krabben op het Reinas.
Het erf met schuren werd door
de zonen van Joop en Bets verkocht aan de gemeente Lichtenvoorde, de gemeente
had daar voornemens een ‘erf’ van 9 woningen te bouwen. En zo geschiedde. Het
kreeg de naam ‘Erve Reinas’.
Nu 2020 zijn nog in leven van
de familie Krabben, Annie 89 jaar, Thea 82 jaar en Fons 80 jaar zijn
vrouw Riet 80 jaar, daarnaast nog in leven de weduwen van Bernhard, Marietje te
Molder 92 jaar, van Jan, Marie Tankink 90 jaar, van Antoon, Dies te
Welscher 84 jaar, en van Joop, Bets Hilderink 82 jaar.
Opgetekend door een
voormalige bewoner van op het Reinas. Oktober 2020
Fons Krabben, Reinas Fons.
TrouwboekjeHendrik en Dina Krabben-Reinas en 3 kinderenFamilie Krabben-Reinas 1937Alle 11 Krabben-Reinas kinderen 1942
Familie Krabben-Reinas 1947
De bewoningsgeschiedenis van ’t Reinas
Hoe moet ik het overzicht lezen? Deze bewoningsgeschiedenis is het resultaat van noeste en volhardende arbeid van Anton Stortelder. Om het overzicht goed te kunnen lezen is het verstandig om de inleiding van zijn boek ‘Bewoningsgeschiedenissen van boerderijen in Harreveld’ door te nemen welke u ook op deze site vindt.